Het verhaal van Maurice:

‘Hij gaf me een pak condooms en vertelde me wat ik moest doen.’

Maurice (18) kwam vanuit Guinee naar Nederland voor een betere toekomst. Hier kwam hij in handen van een mensenhandelaar terecht.

‘Mijn ouders stierven toen ik vrij jong was. Gelukkig wilden mijn grootouders voor me zorgen, maar toen ook zij overleden, kwam ik op straat terecht. Ik was zestien jaar oud en helemaal alleen. Iedere dag was een gevecht, ik stal om aan eten te komen en iedere avond zocht ik een plek om te slapen. Ondertussen probeerde ik uit handen van de politie te blijven.

Op een dag ontmoette ik een vriendelijke man die me wat te eten gaf, zijn naam was John. John vertelde me over Nederland. Daar kun je gelukkig worden, zei hij, op die plek is er een toekomst voor jou. John zei dat hij vrienden in Nederland had die ons wel wilden helpen. Ik was euforisch; een nieuw bestaan! In de weken erna had ik regelmatig contact met John. Hij regelde alles voor mijn vertrek naar Nederland. Niet lang daarna stapte ik samen met hem op het vliegtuig. Ik was gespannen, maar tegelijkertijd ook blij. Ik had weer een toekomst! Op een veilige plek en met een echte baan. Ik had John gevraagd wat ik precies ging doen in Nederland en hij vertelde me dat een vriend van hem hulp in zijn bedrijf kon gebruiken. Hij zou me later wel uitleggen wat ik precies kon gaan doen. Ik had er alle vertrouwen in.

Eenmaal in Nederland bracht John me naar het huis van zijn Nederlandse vriend. Hij gaf me wat te eten en te drinken en een eigen kamer waar ik bijna onmiddellijk in slaap viel. Toen ik de volgende ochtend gewekt werd door de Nederlandse man zei hij dat ik naar beneden moest komen. In de kamer stond een vreemde man die zwijgend naar me keek. De Nederlandse man gaf me een pak condooms en vertelde me wat ik moest doen. Hij wilde dat ik seks had met de man die voor me stond. Ik schudde mijn hoofd, zei dat ik dit niet wilde doen. Ik was verbijsterd en boos, gooide de condooms op de grond. Hiervoor was ik niet naar Nederland gekomen. Op dat moment werd er een pistool op mijn hoofd gezet.

Ik heb die dag gedaan wat ze van me vroegen. En de dagen erna. Maanden lang had ik seks met verschillende mannen. Ze bleven maar komen. Sommigen kwamen terug omdat ze tevreden over me waren. Ik werd er ziek van, het was zo vreselijk. Maar ik kon nergens naartoe. De deuren werden op slot gehouden en de Nederlandse man, van wie ik nog altijd de naam niet weet, hield me dag en nacht in de gaten.

Op een dag liet hij per ongeluk de deur openstaan. Even heb ik getwijfeld, ik was zo bang. Toch ben ik de drempel over gestapt. Zo hard als ik kon ben ik weggerend en nu ben ik op een veilige plek. Hier heb ik rust. Maar ondanks dat is het leven niet altijd gemakkelijk. Ik heb veel hoofdpijn en voel me verdrietig. Vaak slaap ik slecht vanwege de nachtmerries. Praten over wat ik heb meegemaakt is soms een opluchting, want dan kan ik even boos worden of huilen. Om mezelf te blijven motiveren probeer ik zoveel mogelijk te denken aan een mooie toekomst. Het liefst zou ik op een boerderij willen werken en een eigen gezin stichten. Dat is waar ik van droom.’

De verhalen van slachtoffers in onze campagne zijn waargebeurd. In onze campagne uitingen kiezen we er bewust voor om de identiteit van deze meisjes, jongens, vrouwen en mannen te beschermen. Daarom gebruiken we illustraties en geen foto’s.

Meer weten over mensenhandel? Kijk dan op www.ckm-fier.nl en www.mensenhandelweb.nl