Het verhaal van Samantha:

‘Ik voelde me smerig en rot, maar was te bang om nee te zeggen'

Samantha (15) werd op haar veertiende verliefd op Aram. Hij en zijn broer dwongen Samantha tot prostitutie.

‘Thuis was er nooit aandacht voor me. Mijn ouders hadden het altijd te druk met een van mijn broers en zussen. Steeds een ander zat in de problemen, steeds een ander had de aandacht nodig. Ze vergaten mij. Door alles wat er thuis gebeurde, ging het niet goed met me. Ik gebruikte drugs; wiet, hasj en later cocaïne. In een discotheek leerde ik Aram kennen. Hij was lief voor me en vroeg me of ik zijn vriendinnetje wilde zijn. Hij was aantrekkelijk en hij had altijd geld, grote auto’s, mooie scooters en noem maar op. Thuis hadden we nooit geld, dus ik vond dat heel interessant.

Aram gaf me een goed gevoel, hij liet aan de hele wereld zien dat ik zijn vriendinnetje was. Voor het eerst in mijn leven voelde ik me speciaal, eindelijk was er iemand die echt om me gaf. Maar Aram had ook een andere kant. Hij controleerde mijn telefoon en wilde niet dat ik contact had met andere jongens. Deed ik iets wat hij niet leuk vond, dan werd hij heel boos. Op die momenten sloeg hij me en schold hij me uit voor hoer. Ook drukte hij sigarettenpeuken uit op mijn benen en billen. Zijn manier om me te straffen. Toch bleef ik bij hem.

Op een dag zei de broer van Aram dat hij veel geld met me kon verdienen. Ze stelden voor dat ik in de prostitutie ging werken. In eerste instantie zei ik nee, maar die broer werd vreselijk boos en agressief en uiteindelijk stemde ik toe. Ik moest mijn lesrooster aan ze geven, zodat ze precies wisten hoe laat ik weer thuis bij mijn ouders werd verwacht. Onder schooltijd moest ik aan het werk. Aram haalde me op van school en bracht me naar een appartement. Het was er vreselijk, allemaal mannen die aan je zaten, overal lagen wapens en drugs. Het stonk er en was er vies. En er hingen camera’s. Ik was doodsbang. De eerste keer dat ik daar kwam moest ik toekijken hoe twee andere meisjes seks met klanten hadden, daarna moest ik me omkleden en kreeg ik drugs. Toen had ik mijn eerste klant, een man die veel ouder dan ik was. Ik was veertien jaar, maar ik moest zeggen dat ik achttien was. Het was vreselijk. Ik voelde me smerig en rot, maar ik was te bang om nee te zeggen.

Vanaf dat moment had ik ongeveer acht klanten per week. Stoppen durfde ik niet. Aram bleef maar dreigen: als je niet doet wat we zeggen, vermoorden we je ouders. Later maakte hij filmpjes van me terwijl ik seks had met klanten en als ik niet kwam opdagen dreigde hij die naar mijn moeder te sturen. Thuis hield ik de schijn op. Eigenlijk lag ik daar alleen maar in m’n bed. Natuurlijk hadden mijn ouders wel door dat er iets mis was, maar ze dachten dat ik het nog moeilijk had met de verkrachting die ik op mijn dertiende had meegemaakt.
Alles bij elkaar heeft het ongeveer vier maanden geduurd. Toen ben ik opgehaald door een vriend van vroeger die zag dat het niet goed met me ging. Je moet daar weg, zei hij, ik haal je op. Toen ik bij hem in de auto stapte en we wegreden was ik eindelijk vrij.

Het gaat inmiddels goed met me, maar wel met ups en downs. Ik zit nu bijna anderhalf jaar in een opvangvoorziening en ik mag bijna naar huis. Ik ben heel bang voor het normale leven. Hebben mijn ouders nu wel aandacht voor me? Naar welke school ga ik? Lukt het me om weer vrienden te maken? Dat zijn vragen die continu door mijn hoofd spelen. Aram zie ik niet meer, maar ik hou nog steeds van hem. Ook al weet ik dat wat hij gedaan heeft vreselijk is. Ik haat hem en ik hou van hem.’

De verhalen van slachtoffers in onze campagne zijn waargebeurd. In onze campagne uitingen kiezen we er bewust voor om de identiteit van deze meisjes, jongens, vrouwen en mannen te beschermen. Daarom gebruiken we illustraties en geen foto’s.

Meer weten over mensenhandel? Kijk dan op www.ckm-fier.nl en www.mensenhandelweb.nl